D/a: Zwin Natuur Park
Dag van de architectuur (D/a) → Knokke-Heist
Een nederig gebaar
Architecten: Coussée en Goris Architecten, GAFPA
Ontdek alle facetten van dit prachtige project tijdens de Dag van de architectuur! Bezoek het gebouw op je eigen tempo of sluit je aan bij een van de duurzaamheidswandelingen. Het Zwin Natuur Park stelt die dag gratis zijn inkomhal, de eerste verdieping en de panoramatoren open. Wie deelneemt aan de duurzaamheidswandeling betaalt enkel de toegangsprijs tot het Zwin Natuur Park, de gids wordt gratis aangeboden. Gelieve uw deelname aan de duurzaamheidswandeling (10u30 of 14u30) te reserveren via de website van het Zwin Natuur Park. Amélie (F/a Curatorenteam) licht toe waarom je dit project zeker niet mag missen.
Coussée & Goris Architecten en Gafpa sleepten in 2011 de eerste prijs binnen met hun wedstrijdontwerp voor het bezoekerscentrum van natuurreservaat het Zwin in Knokke-Heist. Het ontwerp werd geprezen door de jury omdat het zich moeiteloos inpast in het bestaande landschap. Het langwerpige gebouwencomplex is zichtbaar, maar onopvallend. Klaas Goris omschrijft het project als “nederigheid ten opzichte van de natuur”.
De route naar het natuurreservaat lijkt al deel uit te maken van het ontwerp. Vanop de Graaf Léon Lippensdreef vangt de bezoeker over de Zwinvlakte heen een eerste glimp op van het langwerpige gebouwenensemble. Door zijn zwarte kleur lijkt het te verdwijnen in de schaduw van de bomen die het beschutten. Vanuit de verte herinneren de verhoudingen van het gebouw aan familiaire Vlaamse taferelen van boerderijen met naastliggende schuur.
Het ontvangstcomplex lijkt op het eerste zicht een gebouw, maar het bestaat eigenlijk uit een ensemble van vier volumes. Het dak van het losstaande volume wordt gedragen door een opeenvolging van zwarte houten portieken. Hieronder bevindt zich het lesgebouw van het Zwin, ingericht om bezoekers in te lichten over het komen en gaan van het water en de vogels in het natuurreservaat.
Omdat alle gevels van het gebouwenensemble bestaan uit zwarte houten beplanking, lijken ze hun identiteit te delen. Toch hebben de bouwwerken elk een specifieke eigenheid. De verschillende architecturale karakteristieken komen tot uiting in de binnenwerelden van de gebouwen. Het centrale ontvangstgebouw onthult een betonnen structuur, terwijl de naastliggende volumes uit een skeletstructuur bestaan. De constructie van de cafetaria bestaat uit dezelfde houten portieken als in het lesgebouw. De opbouw van het tentoonstellingsvolume is getypeerd door schuine kolommen doorheen de ruimte. Deze nemen de functie op kruisvormige stabiliteitsverbanden, maar zijn hier op een afstand van elkaar geplaatst.
Auteur: Amélie Van Isacker